Op school wordt kinderen ‘Stop, hou op!’ geleerd om te zeggen als anderen iets vervelends doen, maar vaak is dit niet genoeg. Want soms luistert de ander niet en gaat hij gewoon door. Lees in dit blog waarom ‘Stop, hou op!’ niet genoeg is en wat je kind nog meer kan doen om de ander te laten stoppen.
Voor jezelf opkomen en je grenzen aangeven, kan best lastig zijn. Je moet je bewust zijn van wat je vervelend vindt en dat ook durven aangeven op een handige manier. Kleuters hebben nog weinig inzicht in hun eigen gedrag en dat van anderen. Ze zijn op zichzelf gericht en daardoor zich niet altijd bewust van dat ze iets doen wat de ander niet leuk vindt. Daarom is ‘Stop, hou op!’ in het leven geroepen: je mag het altijd zeggen als je iets niet wilt. Een simpel zinnetje wat rijmt en goed te onthouden is.
Lees ook: de sociaal-emotionele ontwikkeling van kleuters
Het is goed dat kinderen wordt geleerd om hun grens aan te geven. Helaas blijkt ‘Stop, hou op!’ niet altijd voldoende. Misschien komt je kind thuis na een conflict en vertelt het dat het al een paar keer ‘Stop!’ had gezegd en de ander gewoon doorging. Met een gefrustreerd en machteloos ‘Dat helpt toch niet!’ tot gevolg. Waar heeft dit mee te maken?
Dat de lading er een beetje af is, blijkt wel uit dat kinderen vaak het hele riedeltje opzeggen: ‘Stop, hou op! Je bent een Barbiepop …’. En dat komt natuurlijk niet zo overtuigend over. Het gaat er namelijk vooral om hoe je kind zijn grens aangeeft.
Wat in onze trainingen steeds weer bleek, is dat je kind wel ‘Stop, hou op!’ kan zeggen, maar als het er onzeker bij staat, zachtjes praat en de ander niet aankijkt, zal het niet overtuigend overkomen. Het andere kind reageert op wat jouw kind uitstraalt. Daarom hebben onzekere kinderen ook meer kans om gepest te worden. Door hun onzekere gedrag geven ze anderen onbedoeld de boodschap dat ze makkelijk gekwetst kunnen worden.
Het gaat er dus om dat je kind durft te laten zien dat het zelfrespect heeft en zichzelf serieus neemt. Dit oefen ik regelmatig met kinderen die weerbaarder willen worden. Ze ervaren hoe de ander reageert als je onzeker je grens aangeeft of als je stevig staat, boos kijkt en duidelijk zegt wat je vervelend vindt. Hiervoor is het natuurlijk wel nodig dat je zelfvertrouwen hebt en weet dat je voor jezelf mag opkomen en hoe je dit kunt doen.
Bij het aangeven van je grens, gaat het om drie vaardigheden:
Zoals hierboven al staat beschreven, en wat we van ouders na de weerbaarheidstraining voor kinderen vaak terugkregen, helpt het als je kind concreet vertelt wat het vervelend vindt aan het gedrag van de ander. Daarnaast kan het ook helpen om te vertellen wat het gedrag van de ander met je doet, hoe je je hierdoor voelt. Hieronder vind je een aantal zinnen die jouw kind kan zeggen om de ander te doen stoppen:
Om de ander daadwerkelijk te laten stoppen, is het noodzakelijk dat je kind een stevige houding heeft, overtuigend kijkt en duidelijk is in wat het vervelend vindt.
Wil je graag dat jouw kind stevig voor zichzelf durft op te komen? Dan is een weerbaarheidstraining kind 4-7 jaar of weerbaarheidstraining 8-12 jaar iets voor jouw kind.
Het is al een tijdje stil op de website. Geen nieuwe data voor trainingen, geen…
Is jouw kind onzeker? Zegt het snel ‘Ik kan het niet’ of begint het pas…
Is jouw kind een optimist of een pessimist? Bekijkt het een situatie meestal positief (glas…
Geeft jouw kind het snel op als iets niet lukt? Zegt jouw kind ‘Ik kan…
Maakt jouw kind makkelijk vrienden en voegt het zich zo in een spel? Of observeert…
Emma (5 jaar) durft niets te zeggen in de kring als ze de beurt krijgt.…